De prevalentie van bewezen stoornissen in slapen en waken neemt toe en wordt geschat op 10 procent. Veel mensen met een slaapstoornis blijven onder de hoede van de huisarts, maar het aantal verwijzingen naar een slaapkliniek neemt sterk toe. Het aantal slaapklinieken groeit dan ook.
Tussen de klinieken bestaat veel variatie in grootte en breedte van het aanbod. Veruit de meeste klinieken richten zich alleen op het slaapapnoesyndroom en worden geleid door een longarts of een kno-arts. In een beperkt aantal slaapcentra kunnen alle slaapstoornissen worden behandeld. In totaal zijn er zo’n tachtig goed omschreven aandoeningen bekend.
De grote centra zouden multidisciplinair van opzet moeten zijn. De meest betrokken specialismen zijn neurologie, longgeneeskunde, kno, kaakchirurgie en kindergeneeskunde. Maar ook psychiaters, cardiologen, chirurgen (bariatrische chirurgie) en tandartsen zijn vaak deelnemer aan het overleg over de patiënt. Een actief deelnemende psycholoog speelt zelfs een onmisbare rol in algemene slaapcentra.